Beeldverhaal

Hij herinnerde. Zich. Het. Terwijl hij al drie uur onbeweeglijk vasthing in de meest perfecte Japanse bondage die zijn Meesteres op hem had toegepast als disciplinaire maatregel tegen zijn onbehouwen gedrag, kwamen ze. De beelden. Ze beslopen hem. Ze kropen langs zijn ruggengraat omhoog, de zorgvuldig gelegde knopen vermijdend. Zijn ademhaling verliep moeizaam. Waarom moest hij opeens veel meer slikken? Was het om zijn neiging tot panikeren te onderdrukken?

Vertwijfeld keek hij naar de deur waarlangs zijn Meesteres tien minuten geleden verdwenen was, wetend dat ze vooralsnog niet terug zou komen. Ze had zijn lichamelijke conditie onderzocht en geen reden gezien hem te bevrijden uit zijn benarde positie. Hij had haar ook geen teken gegeven dat het hem niet goed ging. Tot voor enkele minuten voelde hij zich immers optimaal. Nu wenste hij echter dat ze de beelden in zijn hoofd zou stoppen. Hij verlangde naar de wreedaardigste onder haar zwepen. Elke zweepslag zou zijn gedachten verjagen. Er zou niets anders zijn dan fysieke pijn. Fysieke pijn, daar kon hij mee overweg. Dat wist hij te plaatsen.

Zijn lichaam was nu bedekt met een dun laagje zweet. Toch had hij het koud. De rillingen die over zijn rug liepen, kruisten de beelden. Hij verzette zich tegen de flitsen die hem getoond werden. Krampachtig probeerde hij ergens anders aan te denken. Aan wat dan ook. Als de beelden hem maar niet zo kwelden.

Het waren slechts flarden die hem echter een sterk gevoel van onbehagen gaven. Hij kon de flarden niet plaatsen. Iets zei hem dat dit belangrijk was maar wat hem betreft kon hij er geen touw aan vastknopen. Leuke woordspeling zou dat geweest kunnen zijn. Hij probeerde zich nu te concentreren op de beelden. Blijkbaar kon hij er toch niet aan ontsnappen. Toch zeker niet het komende uur. Eerder verwachtte hij zijn Meesteres niet terug.

Kleuren deden zijn ogen pijn. Kleuren die opwelden uit hemzelf. Hij bevond zich immers in een eerder neutrale ruimte. De kleuren namen vormen aan. Kon hij nu maar achterhalen wat voor vormen en wat die vormen betekenden. De kleuren veranderden ook voortdurend. Gunden hem geen tijd. Ze volgden elkaar snel op. Vloeiden door elkaar. Hij voelde zich onrustig. Zijn hart klopte in zijn keel. Dit was iets belangwekkends en hij kon zijn vinger er niet opleggen. Het was alsof iemand tot hem sprak in een taal die hij niet beheerste. Was hij zijn verstand aan het verliezen?

Verwoed probeerde hij een samenhang te vinden. Nog nooit had hij dergelijke beelden gezien, zelfs niet in zijn ergste nachtmerries. Bovendien verergerde het feit dat hij zeker wist dat hij niet sliep, klaarwakker was, zijn onzekerheid.

Even vroeg hij zich af of zijn Meesteres soms een of ander geestverruimend middel door de hondenbrokken had gemengd die zij hem gedwongen had op te eten. Bijna gelijktijdig verwierp hij deze gedachte en schaamde hij zich erover. Zij was immers al meer dan vijftien jaar zijn Meesteres en hij zou voor haar door het vuur gaan. Zij had hem immers om weten te vormen van onbeduidend jongetje dat geen idee had van het leven tot de zelfbewuste en succesvolle man die hij nu was. Haar straffen waren zwaar maar altijd rechtvaardig. Zij corrigeerde hem liefdevol en moedigde hem ook aan zijn talenten te ontwikkelen, zichzelf te ontplooien. Hij verfoeide zichzelf dat hij nog maar zoiets durfde te denken.

Hij pijnigde zijn hersenen om zin te geven aan de beelden die hem zo verwarden. Ergens moest een aanknopingspunt te vinden zijn. Een sleutel om de beelden te ontcijferen. Of was hij nu te analytisch? Moest hij eerder proberen te voelen wat de betekenis was die achter deze beelden schuilging?

Momenteel raakte hij er enkel in verstrikt. Zijn adamsappel ging voelbaar op en neer. Hij was zich bewust van zijn lichaam dat meer dan een meter boven de grond hing. Hij voelde elke spier, elke vezel van zijn lichaam. Dit gevoel interfereerde met de beelden die in hem opkwamen.

Hij probeerde het gevoel los te laten hetgeen hem niet gemakkelijk afging. Daarstraks leek het nog of hij geen lichaam meer had. Alsof hij zweefde in de ruimte. Dat zalige gevoel had hem echter verlaten op het moment dat de beelden opkwamen. Misschien moest hij proberen dit gevoel weer terug te krijgen? Misschien moest hij… Misschien moest hij wel helemaal niets. Zich overgeven…

Zich overgeven aan de waanzin? Hij kon niet eens helder meer nadenken. De beelden werden steeds nadrukkelijker. Alsof ze hem kost wat kost iets wilden vertellen, duidelijk maken. Hij probeerde iets bekends te onderscheiden in de overvloed aan beelden die hem teisterden. Teisterden. Zo voelde het in elk geval aan. Het deed pijn. Hij was bang dat wanneer de mist op zou klaren, hij nog meer pijn zou lijden. Misschien verzette hij zich hier instinctief juist tegen uit schrik iets verschrikkelijks te ontdekken. Iets wat hij liever niet wilde weten.

Achter zich hoorde hij een geluid. Hij vroeg zich af wat het was. Hij kon zijn hoofd niet draaien. Het leek alsof er gedempte stemmen weerklonken. Hij probeerde de stemmen te herkennen maar hij wist niet eens hoeveel stemmen er waren laat staan dat hij ze kon thuisbrengen. Nu begon hij zelfs te twijfelen of de stemmen wel van achter hem kwamen. Kwamen ze niet uit zijn eigen hoofd? Hij twijfelde aan alles.

Tot de stemmen dichterbij kwamen. Nu herkende hij de zwoele stem van zijn Meesteres. Zijn hart sprong op. Ze zou in zijn ogen kunnen lezen dat hij gekweld werd en hem troosten. Ze zou hem liefdevol naar beneden laten zakken, losmaken en in haar armen nemen. Hij zou gered worden van de beelden in zijn hoofd.

De woorden uit haar mond waren echter niet de woorden die hij verwachtte. Ze bleef achter hem staan en praatte met wat klaarblijkelijk een andere Meesteres was. Het ging over hem. Ze sprak over hem alsof hij er zelf niet bij was. Hij voelde handen over zijn lichaam glijden. Handen die hem niet bekend waren. Ze gleden over zijn benen naar zijn billen alwaar ze verdwenen tussen zijn billen, naar voren glijdend en zijn ingesnoerde ballen betastend. Hij voelde zich heel ongemakkelijk. Zoiets had hij nog niet eerder meegemaakt.

Zijn Meesteres had er al wel over gesproken. Over dat ze hem wilde uitlenen aan een vriendin van haar. Hij had zich op dat moment beretrots gevoeld. Dat zij zoveel vertrouwen in hem stelde dat zij oordeelde dat hij ook iemand anders dan haarzelf, die hem opgeleid had, zou kunnen dienen. Nu was echter die trots veranderd in onzekerheid. Hij voelde zich heel klein. Een klein bedremmeld jongetje, zo onwetend als de eerste dag dat hij zijn Meesteres ontmoet had.

Ah, die eerste ontmoeting. Zijn gedachten dwaalden af naar die bewuste avond. De beelden die het hem zo lastig maakten, werden naar de achtergrond verdrongen. Hoewel hij nog steeds die vreemde handen op zijn lichaam voelde, klonken de stemmen terug zachter. Hij bevond zich weer in het park op die zonnige namiddag. Hij had juist een tiental kilometer gerend en zijn afkoelingsoefeningen gedaan. Hij zocht naar een bankje om zich even neer te zetten. Overal zaten mensen, nergens was meer plaats. Terwijl hij verder liep naar het meer verlaten deel van het park, zag hij haar.

Ze zat op een bank en wenkte hem. Hij liep op haar toe. Hoe dichter hij bij haar kwam, hoe langzamer hij begon te lopen. Zoveel schoonheid had hij nog nooit gezien in een vrouw. Ze zag er tegelijkertijd koel en afstandelijk maar ook vriendelijk uit en ze had een onderzoekende blik. Ze tikte met haar hand naast haar op de bank. Als gebiologeerd ging hij zitten. Hij durfde haar niet aan te kijken. Met neergeslagen ogen zat hij naast haar. Het leek uren te duren, hoewel er in werkelijkheid niet meer dan een paar seconden verstreken konden zijn, voordat zij zijn kin vastpakte en zijn gezicht naar haar toedraaide.

Ze zei in eerste instantie niets maar haar ogen leken dwars door hem heen te kijken. Na enige tijd stelde ze een vraag: “Wil je met me meegaan?”. Hij slikte moeilijk. De woorden bleven in zijn keel steken. In plaats daarvan knikte hij simpelweg. Het voelde zo juist. Alsof hij zijn hele leven gewacht had op deze ontmoeting.

Langzaam stond ze op. Ook hij stond op, met knikkende knieën. Soepel bewoog ze zich op haar torenhoge hakken. Omdat hij niet meteen volgde, keek ze ongeduldig achterom, hem duidelijk makend dat ze niet de hele dag de tijd had. Hij kreeg het knikken van zijn knieën onder controle en liep met haar mee. Ze overhandigde hem al snel de tassen die ze bij zich had en zei met zoete stem: “Die draag jij wel even zeker?”.

Het was niet zo heel ver naar haar appartement. Ze woonde in een luxueus penthouse. Beschroomd volgde hij haar in de lift. Aangekomen in haar penthouse, werd hij overwelmd door de luxe en klasse die dit uitstraalde. Hij durfde nauwelijks adem te halen, alsof zijn adem de atmosfeer zou besmetten.

Ze nam de tassen van hem over en gooide ze nonchalant in een hoek. Ze gebood hem te gaan zitten en verontschuldigde zich dat hij even moest wachten omdat ze eerst een douche wilde nemen. Hoewel ze hem de uitpuilende koelkast wees en zei dat hij mocht nemen wat hij wilde, durfde hij zich niet te bewegen. Stokstijf bleef hij zitten.

Na een half uurtje kwam ze weer tevoorschijn. Ze droeg nu een luchtig, haast feeëriek gewaad en liep op blote voeten. Ze vroeg hem of hij ook een douche wilde nemen aangezien hij toch gezweten moest hebben door al dat geren. Ze troonde hem mee naar de badkamer. Hij wist niet waar hij eerst moest kijken. Ze moest het verlangen in zijn ogen hebben gezien want ze liet het bad vollopen. In de tussentijd ontkleedde ze hem alsof hij een klein kindje was. Hij liet haar begaan, te verbouwereerd om te protesteren over zijn naaktheid. Ze draaide hem rond, elk detail van zijn lichaam in haar opnemend.

Toen het bad volgelopen was en de dampen van de olie die ze in het bad had gedaan, de badkamer begonnen te vullen, hielp ze hem de trapjes aflopen en plaatste hem in het enorme bad. Ze streek even over zijn haar en liet hem toen alleen. Hij voelde zich loom en geborgen. De gedachte dat hij in een toch wel erg vreemde situatie beland was, beangstigde hem niet. Eigenlijk had hij zich nog nooit in zijn leven prettiger gevoeld. Hij wist niet hoeveel tijd er verstreken was maar opeens stond de vrouw weer in de badkamer. Ze wees hem erop dat hij nu wel lang genoeg in bad had gelegen en hield een enorme badhanddoek op. “Kom er maar uit dan zal ik je afdrogen”. Hij stapte uit het bad en liep op haar toe, zich bewust van haar ogen die over zijn lichaam gleden. Verlegen sloeg hij zijn ogen neer. Ze droogde hem zorgvuldig af, elk plekje van zijn lichaam op die manier verkennend.

Vervolgens gaf ze hem een badjas en zei hem haar te volgen naar de eetkamer. Daar had ze een uitgebreide maaltijd uitgestald. Ze moest een traiteur hebben laten komen of iets dergelijks want ze kon nooit in die korte tijd zoveel heerlijks tevoorschijn toveren.

Ze ging tegenover hem aan tafel zitten en zei hem zich niet te generen. Dat liet hij zich geen twee keer zeggen. Hij besefte nu dat hij enorme honger had. De grote hoeveelheid voedsel die hij naar binnen werkte, leek haar te amuseren. Zelf at ze weinig. Slechts wat fruitsalade. Toen hij voldaan leek, nam ze hem mee aan de hand naar de zithoek.

Hij wist niet hoeveel tijd er verstreken was. Ze was begonnen tegen hem te praten. Eerst durfde hij nauwelijks te antwoorden maar ze wist hem op zijn gemak te stellen en vanaf dat moment was het niet moeilijk meer. Ze moesten uren gepraat hebben. Ze merkte dat hij wat heen en weer begon te draaien en vroeg hem wat er was. Hij zei dat het ongetwijfeld al heel laat moest zijn en dat hij misschien beter naar huis zou kunnen gaan.

Ze keek hem scherp aan en zei hem dat ze verwacht had dat hij zou blijven slapen. Ze vroeg hem of dat soms een probleem opleverde. Hoewel hij even uit het lood geslagen was door de verandering in haar stem, wilde hij eigenlijk niets liever dan bij haar blijven. Hij zat toch maar op kot, niemand zou hem missen. Hij zei haar dat het geen enkel probleem stelde maar dat hij niet verwacht had dat ze zou willen dat hij bleef slapen. “Na ons gesprek, had je dat toch wel kunnen weten?”, zei ze, nu weer op zachte toon.

Na nog wat gepraat te hebben, wilde ze gaan slapen. Ze nam hem mee naar de slaapkamer en gaf hem een zijden pyjama die overduidelijk aan haarzelf toebehoorde. Ze zei hem die aan te trekken. Zelf trok ze zich terug in de badkamer en toen ze na een kwartiertje weer verscheen, droeg ze een lang, halfdoorschijnend nachtkleed. Hij was, gehuld in de pyjama, op het randje van haar enorme bed gaan zitten en keek haar bewonderend aan.

Ze wees hem op het zachte kleed dat naast haar bed lag. “Daar zul jij slapen”, vertelde ze hem. Ze kroop onder het dons en zei hem dat er nog donzen dekbedden in de kast lagen en dat hij zichzelf maar moest bedienen. Hij zat nog steeds op de rand van haar bed. Zacht kuste ze zijn voorhoofd en draaide zich vervolgens om.

Hoewel veel mensen zouden denken dat hij in een hoogst vreemde situatie beland was en moest maken dat hij daar wegkwam, voelde hij zich uitermate op zijn gemak. Hij had er geen probleem mee dat hij naast haar bed op het kleed moest slapen. Het leek hem zelfs niet meer dan logisch.

Opeens kwam hij terug in de realiteit. Het was alsof er een deur was dichtgeslagen. Hij hoorde de stemmen niet meer. Voelde ook geen handen meer op zijn lichaam. Zijn Meesteres was blijkbaar weggegaan.

Nu haar geruststellende aanwezigheid er niet meer was en zijn gedachten afgebroken, kwamen de beelden weer terug. Dit keer leken ze duidelijker. Hij herkende zijn slaapkamer van vroeger, toen hij nog thuis woonde. De beklemming sloeg hem om de keel. Hij voelde zich doodsbang. Een persoon dook op in zijn gedachten. Meer dan levensgroot vulde zij de slaapkamer. Hij had moeite haar gezicht te onderscheiden maar instinctief wist hij eigenlijk al wie het was. De verschrikkelijke waarheid werd keihard in zijn gezicht geslingerd. Het was het beeld van zijn moeder. Ze kwam hem zogenaamd onderstoppen voor het slapengaan. Hij moest zo’n vijf jaar geweest zijn. De beelden kwamen hem vaag bekend voor. Hij wist gewoon dat hij dit meegemaakt had, was zich er enkel nooit bewust van geweest. Of misschien had hij het al die tijd verdrongen.

De manier waarop zij hem instopte was niet normaal. Op die manier wordt een moeder niet verondersteld haar vijfjarig zoontje in te stoppen voor de nacht. De herinneringen kwamen nu in sneltreinvaart boven. Hoe zijn moeder steeds zijn piemeltje vastnam. Hem voorhield dat hij toch zo’n grote jongen was. Hem streelde en zoende.

Hoe ze naakt naast hem kwam liggen. Haar lichaam tegen het zijne drukte. Hem op een samenzweerderige toon vertelde dat hij wat er gebeurde aan niemand mocht vertellen. Dat er dan verschrikkelijke dingen zouden gebeuren. Dat hij dan misschien wel in een tehuis zou moeten. Dat hij dan nooit meer zijn vriendjes zou zien.

Ze stond er ook steeds op hem te wassen. Zelfs toen hij al veel ouder was. Hij herinnerde zich nu ook dat ze hem nog steeds waste toen hij een slungelige opgeschoten jongen van zestien was. Steeds met zeer veel aandacht voor zijn geslachtsdelen. Ze deed steeds alsof het doodnormaal was wat er gebeurde. Alsof dat een gangbare relatie tussen moeder en zoon was. Ze had ook de gewoonte haar wijsvinger in zijn anus te steken. Dat zou volgens haar buikpijn voorkomen.

God, hij herinnerde zich nu alles. De herinneringen overweldigden hem. De jaren van geheimhouding vielen hem nu zwaar. Geheimhouding, zelfs ten opzichte van zichzelf. De pijn werd nog heviger toen een tweede persoon ten tonele verscheen. Het was een man. Zijn eigen vader.

Zijn vader die steeds zijn piemel met de zijne vergeleek. Ze beide in zijn handen woog. Hem dwong tot orale bevrediging. Steeds weer. Zijn hoofd vasthoudend zodat hij niet anders kon dan slikken. Hij proefde nu nog de smaak in zijn mond. Zijn adamsappel ging moeizaam op en neer. Slikken viel hem moeilijk. Hij was alleen, alleen met zijn herinneringen. Zijn Meesteres was er niet om hem te redden van deze verschrikkingen zoals zij er zo vaak was geweest wanneer hij nachtmerries had maar niet wist waarover of waarom. Deze keer was hij helemaal alleen.

Hij probeerde aan andere ontmoetingen met zijn Meesteres te denken of aan de dag waarop zij hem voorstelde dat hij bij haar in kwam wonen zodat hij altijd ter beschikking zou staan wanneer hij tenminste niet aan het werk was. Deze keer lieten de beelden zich echter niet verdringen.

Ze kwamen daarentegen met een snellere sequentie. Volgden elkaar zo snel op dat hij bijna niet kon volgen. Bijna helaas want wat hij zag was uitermate pijnlijk. Hij leed meer pijn dan hij ooit geleden had, fysiek of mentaal. Hij was er zich niet van bewust dat hij het nu uitschreeuwde. Niet dat iemand hem kon horen. De kamer waarin hij zich bevond was immers geluidsdicht gemaakt.

Allerlei seksuele handelingen passeerden de revue. De keren dat hij moest plassen en zijn vader of moeder hem vergezelden op het toilet om zijn piemel vast te houden terwijl ze achter hem stonden en hun onderlijf tegen zijn rug duwden. De keren dat hij samen met hen in één bed moest slapen en er van slapen niet veel in huis kwam. Hoe hij gedwongen werd zijn moeder te bevredigen onder het alziend oog van zijn vader die daarbij voortdurend commentaar leverde. Hoe zijn moeder hem oraal trachtte te bevredigen terwijl hij hetzelfde moest doen bij zijn vader. Beelden, onvoorstelbaar veel beelden.

De tranen stroomden over zijn wangen, hoe lang moest hij deze kwelling nog doorstaan? Alles wat hij zo zorgvuldig verdrongen had, kwam weer naar boven. Ieder detail werd haarscherp afgebeeld. De vergetelheid werd hem niet meer gegund. Na al die jaren kwam het precies des te harder aan. Hij wilde dat er een einde aan kwam. Hij wilde dat alles stopte. Hij stond op het punt zijn bewustzijn te verliezen.

Opeens hoorde hij zijn naam. Hij opende zijn ogen en keek in het bezorgde gezicht van zijn Meesteres. Zo snel mogelijk bevrijdde zij hem uit de bondage. Hij gleed op de grond waarop ze hem in haar armen nam. Ze liet hem huilen, zei niets maar hield koesterend haar armen om hem heen geslagen. Geruime tijd verstreek zo terwijl ze daar op de grond zaten.

Toen zijn tranen minder werden, vroeg ze hem of hij in staat was te lopen. Op zijn knikje, hielp ze hem overeind, ondersteunde hem en troonde hem mee naar de slaapkamer. Ze stopte hem in bed, dekte hem onder en zei hem te slapen. Hij hoefde zich geen zorgen te maken omdat ze de hele tijd naast hem zou blijven zitten.

Uitgeput viel hij in slaap. Deze keer was het een dromenloze slaap, voor het eerst sinds lange tijd eigenlijk. Toen hij uren later wakker werd, zat ze nog steeds naast hem op het bed. Hij begon te vertellen wat hij allemaal gezien had. Ze onderbrak hem niet, luisterde aandachtig. Liet hem zijn hele verhaal vertellen, hem slechts af en toe bemoedigend toeknikkend. Toen hij uitgesproken was, zei ze slechts: “Dit had je nodig. Hier hebben we al die jaren naartoe gewerkt. Het is niet jouw schuld maar je moet het wel een plaats geven. Dat kun je nu doen, nu je het je herinnerd hebt. Het moeilijkste gedeelte is nu achter de rug. Weldra heb je mij niet meer nodig.” Ze liep nu langzaam en een tikje bedroefd de kamer uit: “Ik hoop dat je je mij zult herinneren met genegenheid”.

En nu, na al die jaren sinds hij haar voor het laatst gezien had, deed hij dit nog altijd, hij herinnerde zich haar vol liefde en genegendheid, de vrouw waaraan hij alles te danken had.

© Morgaine LeFaye

Comments are closed.

Notebook on Literature