
Mogelijke (medische) gevolgen van besnijdenis bij vrouwen
- Onmiddellijke effecten
- Middellange termijn effecten
- Late_effecten
- Verloskundige effecten
- Gynaecologische effecten
- Psychologische effecten
In culturen waar het een geaccepteerde norm is, wordt de besnijdenis vaak uitgevoerd door personen die geen of een beperkte medische kennis hebben over anatomie en operatietechnieken. De mate waarin gesneden of genaaid wordt, kan sterk variëren, nog verergerd door het feit dat de besnijdenis uitgevoerd wordt zonder verdoving bij een tegenspartelend kind. Hierdoor kunnen de aangrenzende organen beschadigd worden. Fracturen van het sleutelbeen, dijbeen of opperarmbeen kunnen voorkomen veroorzaakt door het in bedwang houden van het zich verzettende kind.
Veldonderzoek wijst uit dat de personen die de besnijdenis uitvoeren vaak niet steriel materiaal gebruiken zoals scheermesjes, mesjes of stukjes glas. Om de wonden van geïnfibuleerde vrouwen te dichten, gebruikt men doornen of naald en draad. Een soort papje van bijvoorbeeld kruiden, koffie, modder, as, eiwit,… wordt gebruikt om het bloeden te stoppen. Deze materialen verhogen de kans op infectie, kunnen schade aan aangrenzende weefsels toebrengen of andere problemen veroorzaken.
In verschillende culturen worden de benen van het besneden meisje bij elkaar gebonden gedurende een periode van 10 tot 40 dagen om de vorming van littekenweefsel te bevorderen. Ook dit verhoogt weer de kans op infecties.
De leeftijd waarop de besnijdenis plaatsvindt, varieert. Soms vindt het plaats wanneer het kind nog maar enkele dagen oud is, vaak tussen het vijfde en tiende levensjaar, ook wel tijdens de adolescentie en occasioneel op latere leeftijd. Hoe jonger het kind is, hoe gemakkelijker zij in bedwang gehouden kan worden en hoe accurater de besnijdenis kan plaatsvinden.
Aangezien de meeste vrouwen de besnijdenis ondergingen op zeer jonge leeftijd, herinneren zij zich meestal niet alle onmiddellijk optredende complicaties. Complicaties die zich voordoen tijdens de bevalling of later in het leven, worden vaak niet geassocieerd met de besnijdenis die zij in hun kindertijd ondergingen. Deze complicaties worden vaak gezien als normaal en natuurlijk, vooral in groepen waar de besnijdenis praktisch universeel is.
De effecten van de besnijdenis hangen af van de vorm van besnijdenis. Infibulatie wordt gezien als het meest risicovol. De effecten kunnen onderverdeeld worden in onmiddellijke, middellange termijn, late, verloskundige, gynaecologische en psychologische. Onderstaande opsomming is niet exhaustief.
Onmiddellijke effecten
- pijn door het ontbreken van verdoving
- doodbloeden
- shocktoestand door plotseling bloedverlies of onverwachte hevige pijn
- tetanus door het gebruik van besmette instrumenten
- trauma van aangrenzende structuren zoals urineleider, blaas, sluitspier of vaginawand
- acuut vasthouden van de urine door hevige pijn die de urine veroorzaakt op de wond, schade aan de urineleider of het te ver dichtnaaien van de vagina
- infectie van de wond en de urinewegen door het vasthouden van de urine, niet steriel materiaal; zelfs de nieren kunnen aangetast worden
- koorts
- HIV infectie indien verschillende kinderen besneden worden met hetzelfde materiaal dat niet schoongemaakt werd
- fracturen aan sleutelbeen, dijbeen of opperarmbeen
Middellange termijn effecten
- vertraging in het genezingsproces door infectie, ondervoeding of bloedarmoede
- bekkeninfectie: infectie van baarmoeder en de vagina, afkomstig van de genitale wond
- onregelmatige bloedingen
- vorming van cysten en abcessen
- vorming van wild vlees door het langzame helen van de wond en infectie na de ingreep leidend tot excessief hechtweefsel in het lidteken
Late effecten
- ophoping van menstruatiebloed in de vagina en baarmoeder indien de vagina onvoldoende geopend is
- onvruchtbaarheid door een chronische bekkenontsteking die de eierstokken blokkeert
- ontwikkeling van zweren in de vagina
- moeilijkheden bij het urineren
- ontwikkeling van nierstenen
- incontinentie
- overgevoeligheid van het hele genitale gebied
- ontwikkeling van een tumor op de dorsale zenuw van de clitoris
- anale incontinentie en ontstekingen als gevolg van anale seksuele betrekkingen indien vaginale betrekkingen niet mogelijk zijn
- overdracht van HIV door bloedingen tijdens vaginale betrekkingen of door anale betrekkingen
Verloskundige effecten
- verlenging van de tweede fase van de bevalling door de aanwezigheid van stug littekenweefsel waarbij heel vaak een defibulatie nodig is
- perineale inscheuringen
- perineale wondinfecties en bacteriële ontstekingen, in het bijzonder bloedvergiftiging
- doodgeboren kinderen of kinderen met afwijkingen in de hersenen als gevolg van zuurstoftekort door het te lang duren van de bevalling
Gynaecologische effecten
- verschillende gynaecologische onderzoeken zoals het maken van een uitstrijkje kunnen bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt worden door de besnijdenis
Psychologische effecten
- seksuele problemen zoals het niet meer kunnen hebben van vaginale betrekkingen of het ontwikkelen van frigiditeit als gevolg van pijn, het niet meer kunnen hebben van een clitoraal of vaginaal orgasme
- psychologische problemen zoals angsten, nachtmerries, depressies, psychoses, neuroses, psychosomatische klachten,…

