eye

Besnijdenis bij vrouwen: problematisch of niet?

Uit de interviews blijkt dat de vrouwen de besnijdenis absoluut niet als problematisch zien. De vrouwen zeggen dat het weliswaar pijn deed maar dat het een noodzakelijke pijn was. Men vindt dat die pijn erbij hoort. Djèneba zegt bijvoorbeeld: “Natuurlijk deed het wel pijn maar het is belangrijk dat je dat niet laat merken. Iedereen moet af en toe pijn lijden, dat hoort bij het leven en maakt je sterk.” Mami stelt: “Pijn hoort bij het leven.” Ami beweert hetzelfde: “Pijn hoort bij het leven.” Awa zegt: “Ik weet dat het pijn doet. Ik ben zelf ook besneden. Maar die pijn hoort erbij.”

Ze vinden het heel belangrijk geaccepteerd te worden in hun gemeenschap. Mami zegt: “Als ik mijn dochter niet laat besnijden, wordt ze niet geaccepteerd.” Fatoumata vertelt: “Als ook maar iemand van de Malinese families hier zou weten dat je niet van plan bent je dochter te laten besnijden, zul je nog eens wat meemaken. Niemand zou nog met je willen praten. Niemand zou je nog willen helpen. Iedereen zou je nawijzen.” Ami zegt: “Je wordt niet geaccepteerd. Je wordt uitgestoten uit de groep. Daarom is het belangrijk besneden te worden.” Yaye vertelt: “Als mijn dochter niet besneden wordt, wordt ze niet geaccepteerd. Niemand zal iets met haar te maken willen hebben. Ze zal gepest en uitgelachen worden. Ook wij zullen uit de groep gesloten worden want wij zijn haar ouders. Dat geldt voor de hele familie.”

De vrouwen beschouwen het als een traditie die gevolgd moet worden, ze vinden dat het deel uitmaakt van hun cultuur en van hun identiteit. Sommige vrouwen kunnen er heel moeilijk inkomen dat er mensen zijn die er een probleem van maken dat vrouwen besneden worden. Alle door mij geïnterviewde vrouwen hebben hierover hun mening gegeven:

Cultuur en identiteit

In de interviews komen de begrippen cultuur en identiteit herhaaldelijk aan de orde. Dit zijn begrippen die veel gebruikt worden maar het lijkt me toch gepast ze te verduidelijken. Allereerst zijn de begrippen cultuur en identiteit een soort, wat ik ‘kapstokwoorden’ noem. Dit wil zeggen dat het vlaggen zijn die vele ladingen kunnen dekken. In de literatuur vindt men dan ook veel verschillende definities van deze begrippen terug.

Cultuur

Letterlijk heeft het woord cultuur te maken met iets kweken of telen. Pas op het einde van de 18de en vooral in de loop van de 19de eeuw begint men ook de resultaten van het bezig zijn en het product van het beschaven, een cultuur of een beschaving te noemen. Mensen trachten hun levensomstandigheden te verbeteren, ze cultiveren hun milieu. Dat cultiverend bezig zijn noemen we cultuur. We vinden dit bezig zijn op elk niveau van het samenleven terug: individuen, groepen en hele maatschappijen.

Met het woord beschaving komt er een tweede betekenis van cultuur aan het licht: cultuur duidt dan een ideaal aan, een norm voor leden van een samenleving.

Door de ontwikkeling van de menswetenschappen en dan vooral de sociologie en de antropologie, is er een meer wetenschappelijke omschrijving van het begrip cultuur ontstaan. Uit vele definities van cultuur hebben KROEBER en KLUCKHOHN een soort overkoepelende definitie gedistilleerd: “Cultuur bestaat uit expliciete en impliciete patronen van en voor gedrag, die verworven en overgedragen worden door symbolen, die het specifieke werk vormen van menselijke groepen, inclusief hun belichaming in artefacten; de fundamentele kern van cultuur bestaat uit traditionele (dit wil zeggen historisch afgeleide en geselecteerde) ideeën en in het bijzonder de daaraan klevende waarden; cultuursystemen kunnen enerzijds beschouwd worden als producten van handelen en anderzijds als conditionerende elementen met betrekking tot het verder handelen.”

Door antropologen wordt cultuur op verschillende manieren bestudeerd. Sommigen zien cultuur als een systeem, het normatief systeem achter het samenlevings-systeem, gekenmerkt door een jarenlange ontwikkeling: een geaccumuleerde erfenis uit het verleden. Voor anderen is cultuur typisch voor de samenleving waarin ze voorkomt. Leden van een samenleving putten er hun groepsidentiteit uit. Nog voor andere antropologen is de cultuur ook de basis van ieders persoonlijkheid. Deze laatste stelling is ontwikkeld door RUTH BENEDICT (1887-1948) en verder uitgewerkt door latere antropologen. In ieder samenleving zou een basic personality structure bestaan, te herkennen in zowel het gedrag en de emoties van volwassenen als in godsdienst, kunst, rituelen en mythen.

Identiteit

'Identiteit', in de socio-culturele of antropologische betekenis, wordt nu eens gebruikt in de combinatie 'nationale identiteit', dan weer in de combinatie 'culturele identiteit'. Om 'culturele identiteit' te omschrijven is het eerst en vooral belangrijk om een onderscheid te maken tussen 'cultuur' als abstract begrip, duidend op een universele categorie van menselijk handelen, en het concrete begrip 'een cultuur', duidend op de cultuur van een welbepaalde gemeenschap.

Met 'culturele identiteit' wordt doorgaans verwezen naar gevoelens, opvattingen, herinneringen, waarden, normen, gewoonten, instituties enz. die voorgesteld worden als specifiek voor een bepaalde cultuur. Culturele identiteit wordt binnen de cultuur gereproduceerd en overgedragen aan volgende generaties door middel van narratieven en etiketten. Zo wordt dus een 'wij'-gemeenschap geconstrueerd, "an ideology of the first person plural". Onvermijdelijk binnen dit categoriaal denken is dat er dan ook 'zij'-gemeenschappen van 'anderen' bestaan.

Mening van het Westen

Het Westen staat onverdeeld negatief tegenover dit gebruik. Dit blijkt alleen al uit het feit dat in de meeste gevallen gesproken wordt van Female Genital Mutilation (FGM), genitale verminking van vrouwen. Dit is geen neutraal woord, het heeft een bepaalde connotatie. Het gaat te ver om alle bronnen waar deze term gebruikt wordt, aan te geven. Een klein voorbeeldje: 72% van de gezondheidswerkers die geïnterviewd werden in het kader van het Daphne programma van de Europese Commissie door het Internationale Centrum voor Reproductieve Gezondheid in Gent, prefereerden deze term boven bijvoorbeeld de term besnijdenis, dit omdat de term volgens hen het best aangeeft waar het over gaat. (Hierbij moet wel gesteld worden dat van de 1881 enquêtes die uitgestuurd werden, slechts 15 % werd teruggestuurd.) Van de 264 respondenten, prefereerden er 189 de term genitale verminking.

Voorbeelden van officiële verklaringen waarin de term FGM gebruikt wordt: verklaring van Amnesty International, Beijing Declaration 1995, Social Summit Copenhagen 1995, World Population Conference Cairo 1996, verklaring van de World Health Organization 1996 en een verklaring van het Europees Parlement 1997.

Het gebruik wordt afgewezen, niet alleen omwille van de risico’s voor de gezondheid maar ook omdat (natuurlijk in de eerste plaats in feministische kringen) het gezien wordt als een manier om vrouwen te onderdrukken. Dit verklaart ook waarom doorgaans negatief gedacht wordt over een medicalisering van de besnijdenis.

Eerste intermezzo: andere culturele gebruiken die niet door het Westen geaccepteerd worden

In de interviews kwamen overigens zijdelings nog een aantal praktijken aan de orde die niet door het Westen geaccepteerd worden. Zo vertelde Djèneba: “Nee, we waren wel aan elkaar beloofd. Mijn familie is met zijn familie overeengekomen dat wij met elkaar zouden trouwen.” Dit is het uithuwelijken van personen hetgeen ingaat tegen het Westerse ideaal dat een huwelijk uit liefde gesloten moet worden.

Mami vertelt: “Mijn moeder was de derde vrouw van mijn vader maar hij heeft haar verstoten omdat hij bij zijn eerste vrouw twee dochters had, bij zijn tweede vrouw drie dochters en ook bij mijn moeder geen zoon.” Het (in de Islam toegestane) verstoten van de vrouw is een praktijk die sterk door het Westen wordt afgekeurd.

Ami zegt: “Dat is de gewoonte bij ons, als de man van een vrouw overlijdt en hij heeft nog broers, dan neemt één van zijn broers de weduwe tot vrouw.” Hier gaat het om de praktijk van het leviraat. Het verschijnsel van het leviraat houdt in dat wanneer een man sterft en zijn vrouw nog steeds vruchtbaar is, het de plicht is van de broer van de man om de weduwe tot vrouw te nemen en de kinderen op te voeden.

Zoals Mami vertelt ook Awa dat haar vader verschillende vrouwen heeft: “Nee, mijn moeder heeft zes kinderen. Maar mijn vader heeft nog een tweede vrouw. Die heeft vijf kinderen. De jongste is nog maar net twee jaar. Mijn moeder is zijn eerste vrouw.” Het gaat hier over polygamie hetgeen in het Westen niet geaccepteerd wordt. In het Westen is de regel monogamie (al zou ik de mensen die niet monogaam leven maar er bijvoorbeeld een minnares of minnaar op nahouden, niet de kost willen geven).

Tweede intermezzo: van de andere kant bekeken

Andersom worden bepaalde Westerse waarden niet geaccepteerd door de geïnterviewde vrouwen. Djèneba zegt: “Er zijn hier een heleboel vrouwen die veel vriendjes hebben. Ze zijn ofwel niet getrouwd, ofwel loopt het verkeerd en zijn ze gescheiden.” Zij accepteert blijkbaar niet dat mensen ongehuwd samenwonen. Het lijkt alsof ze gescheiden zijn beschouwt als een schande.

Mami stelt: “Buren zeggen niet eens goedendag tegen elkaar. Familieleden kennen elkaar niet eens. En ik heb ook gehoord dat oudere mensen hier in speciale huizen gestopt worden, allemaal bij elkaar en dat ze dan geen bezoek krijgen van hun kinderen. In Mali hebben we juist heel veel respect voor oudere mensen omdat zij al veel meegemaakt hebben en het leven kennen.” Hieruit blijkt een afkeuring van het Westerse individualisme. Mami lijkt veel waarde te hechten aan de groep.

Salimata heeft dan weer kritiek op de kledingstijl van Westerse vrouwen: “Mariama, de vrouwen lopen op straat met korte rokjes en blote shirtjes. Dat is toch allemaal niet goed. Ik draag altijd een hoofddoek als ik over straat ga. Ook als er vreemden bij ons komen, draag ik mijn hoofddoek.”

Awa vindt dat blanken te veel gericht zijn op eigenbelang: “Wij vormen samen een soort familie. Veel Afrikanen die hier alleen zijn, zijn jaloers op elkaar, ze helpen elkaar niet zoals thuis. Als één van hen bijvoorbeeld een auto koopt, zijn anderen daar jaloers op. Als één van hen een toubab vriendin heeft, proberen de anderen ruzie te stoken tussen hen of haar zelf in te pikken. Dat is niet goed. Zij denken te veel op de manier van de toubab.”

Binta heeft kritiek op de opvoeding van kinderen: “Bij de toubab gaat alles volgens heel veel regels. Het is niet natuurlijk. Een voorbeeld is dat kinderen daar vroeg naar bed moeten, op een vaste tijd. Dat weet ik van de moeders op de crèche. Bij ons is het zo dat kinderen gaan slapen wanneer ze moe zijn. Ze slapen dan gewoon in de woonkamer of keuken of waar er maar andere mensen zijn. Kinderen van de toubab worden alleen in hun kamer gelegd.”

Mabinty vermeldt het verschil in tijdsbesef: “Het leven is hier heel anders georganiseerd. De blanken zijn bijvoorbeeld geobsedeerd door de tijd. Iedereen heeft een agenda die vol staat met afspraken. Iedereen loopt voortdurend van hier naar daar, bang om niet op tijd te komen. Om vrienden te zien, maken ze een paar maanden op voorhand een afspraak. Bij ons kun je steeds bij je familie en vrienden binnenlopen en omgekeerd.