
Wat ligt erachter ? Universalisme versus relativisme
Universalisme versus relativisme
Wanneer wij de houding van het Westen ten opzichte van besnijdenis bij vrouwen bekijken, bekijken we hoe het Westen daar al dan niet over oordeelt. Oordelen nu gebeurt niet ongefundeerd. Hierbij bedoelen we in dit geval niet alleen dat oordelen gebeurt aan de hand van bepaalde normen en waarden, we stellen tevens dat dit gebeurt volgens een bepaalde theorie. Twee overkoepelende theorieën worden hier besproken, dit als twee aan elkaar tegengestelde theorieën. Het gaat dan over het ethisch universalisme versus het ethisch relativisme.
Ethiek houdt zich bezig met de kwesties die aan de orde komen in ethische of morele situaties, situaties die vragen oproepen over wat we zouden moeten doen wanneer de kwestie niet een zaak is van eigenbelang maar van goed en kwaad, van wat juist is of verkeerd.
Een ethicus probeert duidelijkheid te brengen aangaande de manier waarop we over deze kwesties denken. Hij probeert de taal te definiëren die gebruikt wordt om over deze zaken te praten, principes te ontwikkelen en te rechtvaardigen die een zekere consistentie in onze gedachten te brengen wanneer we over deze kwesties spreken. Ethiek is daardoor reflexief en kritisch: het gaat er niet louter om normen en waarden te coderen maar om gronden te vinden voor redelijke morele overtuigingen.
Ethiek moet daarom onderscheiden worden van moraal aangezien moraal niets anders is dan een in een gegeven cultuur geaccepteerde set waarden betreffende hetgeen een morele agent al dan niet moet doen in een bepaalde situatie, onafhankelijk van of deze waarden het gevolg zijn van kritische reflectie of niet.
Het doel van ethiek is niet om mensen een goed karakter te bezorgen. Het gaat erom een begrip te geven van basisprincipes en strategieën die gebruikt kunnen worden in een discussie over morele kwesties. In een morele discussie is een redelijke analyse van de morele situatie vereist en een weloverwogen toepassing van morele waarden en principes die gezamenlijk suggereren waarom een bepaald standpunt geaccepteerd zou moeten worden. Zonder deze rationele basis om een bepaald standpunt weer te geven, is er niets dan het dogmatisch vasthouden aan de mening dat een bepaald standpunt correct is.
Redeneren over moraal is gebonden aan bepaalde principes. Een belangrijk principe voor ons onderwerp is het “principe van universaliseerbaarheid”. Dit principe kan als volgt weergegeven worden: “If one judges that an action is right (or wrong), one is committed to judging that any other action that is like the first action in all morally relevant respects is also right (or also wrong).” Een variant hierop is "What is right or wrong for one person must be right (or wrong) for any person in similar circumstances."
Dit is de kern van het universalisme. Universalisme stelt : “Basic ethical standards (the fundamental moral principles) are universally correct; they are applicable to all similarly situated people (in all societies, at all times).” Voorstanders van het universele principes zien dit als een voordeel. Zij zien “equality of requirement and entitlement as ethically important.”
“[Some] conceptions of universalism in ethics combine views of the form, scope and sameness of content principles with ambitious claims that a single fundamental principle provides the basis for all derivative ehticsal (sic) principles and ultimatley (sic) for ethical judgment of particular cases.” Een voorbeeld van een dergelijk principe is de ‘gouden regel’. Een voorbeeld van een ‘gouden regel’ is het gezegde: doe niet aan een ander wat u niet wilt dat aan u gedaan wordt.
Bepaalde universalisten beschouwen de consequenties van ons gedrag belangrijker dan ons gedrag zelf. Dit wordt ook wel consequentialisme genoemd. Daar tegenover staan deontologen die stellen dat het gedrag zelf de maatstaf is. Consequentialisme wordt overigens ook wel teleologisch universalisme genoemd. Ze hebben gemeen dat ze ervan uitgaan dat er een algemeen geldende, universele principes bestaan.
Tegenover het universalisme staat het relativisme. Het relativisme ontkent juist dat er algemeen geldende, universele principes bestaan. Er bestaan vele vormen van relativisme. Er is bijvoorbeeld het cognitief relativisme dat stelt dat alle waarheid relatief is. Het relativeert het kennen zelf. Een voorbeeld kan dit misschien verduidelijken. Linguïstisch relativisme stelt dat de waarheid gecreëerd wordt door de grammatica en het semantische systeem van een bepaalde taal. Dit idee komt van de filosoof LUDWIG WITTGENSTEIN maar is bijvoorbeeld ook terug te vinden bij de linguïst BENJAMIN LEE WORFF. Gesteld wordt dat de wereld op zich geen structuur heeft maar dat de structuur opgelegd wordt door de structuur van de taal. Door een nieuwe taal te leren, creëert men een nieuwe wereld die compleet anders kan zijn dan de gekende wereld. WITTGENSTEIN stelt dat we door een taal te spreken meedoen aan een ‘language game’ en door dit spel te spelen deelnemen aan een bepaalde ‘form of life’.
Naast cognitief relativisme is er ook een ethisch relativisme. Hier wordt het relativisme toegepast op waarden, ‘waarheden over goed en kwaad, juist en verkeerd’. Dit kan gebeuren op individueel niveau, er wordt dan gesteld dat een actie juist is wanneer de persoon deze actie goedkeurt of gelooft dat de actie juist is. Dit wordt ook wel subjectivisme genoemd. Een andere vorm van ethisch relativisme is het cultureel relativisme. Er wordt gesteld dat normen en waarden cultuurgebonden zijn, dat er geen universele normen en waarden zijn. Tevens wordt gesteld dat deze normen en waarden gelijkwaardig zijn en even geldig. Er kan geen hiërarchie opgesteld worden.
Wanneer men enkel beschrijft dat moraliteit in verschillende culturen kan verschillen, doet men aan descriptief ethisch relativisme.
Als grondlegger van het cultureel relativisme wordt vaak de antropoloog FRANS BOAS (1858–1942) genoemd. Hij keerde zich hiermee af van de theorie van het evolutionisme. Evolutionisten stelden dat bepaalde sociale instituties universeel zijn en dat er een lineaire vooruitgang plaatsvindt in de culturele ontwikkeling. MORGAN (1818–1881) wordt vaak gezien als de belangrijkste auteur onder de evolutionisten. Hij ontwikkelde een uitgebreid schema van de sociale evolutie en stelde dat alle maatschappijen de verschillende stadia moesten doorlopen of al doorlopen hadden. Hij onderscheidde drie hoofdstadia (‘wildheid’, barbaarsheid’ en ‘civilisatie’) die nog onderverdeeld waren in substadia. BOAS geloofde daarentegen in een historisch particularisme.
Andere auteurs die een cultureel relativisme aanhingen: LUCIEN LEVY-BRUHL (1857-1903) die ”La Morale et la Science des Mœurs” schreef, MARGARET MEAD (1901-1978), Ruth Benedict (1887-1948),… Al vier eeuwen eerder verkondigde MICHEL DE MONTAIGNE (1533-1592) overigens al een soortgelijk idee. Natuurlijk zijn er ook nu nog auteurs die (een vorm van) cultureel relativisme aanhangen. Er is wel de laatste jaren een enorme discussie op gang gekomen over deze theorie. Hier zal in de volgende paragraaf op ingegaan worden.
Kritiek op het cultureel relativisme
Het cultureel relativisme is een theorie die de laatste jaren hevig bekritiseerd wordt. Men stelt dat deze theorie zich tegenspreekt. Punten van kritiek gevonden in de literatuur zijn onder andere:
- Het accepteren van de theorie leidt er onvermijdelijk toe dat ook geen kritiek gegeven kan worden op bijvoorbeeld het proberen uitroeien van de Joden tijdens de periode voorafgaand aan en tijdens de tweede wereldoorlog. Dit werd immers in de desbetreffende cultuur als juist en goed gezien.
- Ingevolge deze theorie zijn ‘moral reformers’ (zoals Ghandi, Martin Luther King) per definitie verkeerd. Zij gaan immers in tegen de in de desbetreffende cultuur heersende moraal.
- Wanneer men stelt dat alle waarheid relatief is, doet men daarmee een absolute uitspraak. Als deze uitspraak absoluut waar is, is niet alles relatief.
- Zo is ook de uitspraak dat er geen absolute waarheden zijn, een absolute uitspraak die verondersteld wordt waar te zijn. Bijgevolg zou er dus wel een absolute waarheid zijn.
- Alhoewel sommige waargenomen normen en waarden duidelijk relatief zijn, kan daaruit niet afgeleid worden dat alles relatief is. Het is mogelijk dat bepaalde normen en waarden wel degelijk absoluut zijn.
- Hoewel culturen kunnen verschillen in morele praktijken, wil dit nog niet zeggen dat ze ook verschillen in morele waarden. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. In India eten mensen geen koeien omdat ze in reïncarnatie geloven. Ze geloven dat koeien de geesten van overleden mensen kunnen bezitten. In bijvoorbeeld België geloven we niet dat koeien een menselijke ziel kunnen bezitten. Daarom eten we wel koeien. Maar we eten oma of opa niet op. Beide culturen geloven dus dat het verkeerd is om oma of opa op te eten. Alleen geloven de Indiërs dat de koe wel eens oma of opa zou kunnen zijn.
- We kennen klaarblijkelijk morele vooruitgang. Vooruitgang kan echter slechts afgemeten worden tegen vaste morele standaarden. Als er geen dergelijke standaarden bestonden, konden we op geen enkele manier denken dat het nu beter is dan vroeger.
- Het aanhangen van de theorie van cultureel relativisme leidt tot een soort van morele verlamming. Het is een gemakkelijke positie want het vereist niets van de morele agent.
- Een variant op het voorgaande is dat relativisme kan lijden tot onverschilligheid.
- Wanneer men accepteert dat er geen universele morele criteria bestaan, kan men dus ook niet stellen dat tolerantie een universeel criterium is. Hoewel voorstanders van het cultureel relativisme vaak stellen dat hun theorie tolerantie promoot voor mensen uit andere culturen, is dit niet noodzakelijkerwijze een goede zaak. Enkel in maatschappijen waar tolerantie gepromoot wordt als zijnde een goede zaak, is dit, volgens het cultureel relativisme ook zo. In maatschappijen waar leden geloven dat hun cultuur superieur is en daardoor het recht geeft anderen te onderdrukken en te misbruiken, is tolerantie overduidelijk geen waarde waar belang aan wordt gehecht.
Deze lijst is niet exhaustief. Mijn bedoeling is enkel duidelijk te maken dat deze theorie niet buiten kijf staat. Ik geloof daarom niet dat als het ware het kind met het badwater weggegooid moet worden, volgens mij heeft deze theorie een zekere waarde, al is het alleen maar omdat zij er ons op wijst dat, afgezien van de vraag of er nu universele waarden en normen bestaan of niet, er grote verschillen in zienswijze bestaan tussen verschillende culturen.
De wet universalistisch?
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, hoewel onder discussie, werd door een groot aantal landen geratificeerd. Hier zegt de naam zelf al dat geloofd wordt dat er één verzameling normen zou zijn, geldig voor iedereen, overal. Resolutie 2200 A(XXI) van 16 december 1966, opgesteld door Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, werd door 133 landen geratificeerd. Ook hier gaat men uit van universele normen. Het het Convenant over Burgerlijke en Politieke Rechten, resolutie 2200 A(XXI) van 16 december 1966: idem dito. Resolutie 2106 (XX) van 21 december 1965, Internationale Conventie ter Bestrijding van alle Vormen van Discriminatie: idem dito.
Zo ook de Social Summit Copenhagen, de Human Rights Conference Vienna, de Beijing Declaration, de World Population Conference Cairo, de Verklaring van het Europees Parlement, het African Charter on Human and Peoples’ Rights, het Final Report of Activities of the Group of Specialists for Combating Violence against Women, de Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women en de UN Convention on Rights of the Child.
Internationale organisaties zoals Amnesty International, de World Health Organization, United Nations Children’s Fund, United Nations Population Fund, Rainbo, Path, spreken zich eerder op een universalistische manier uit over de praktijk van het besnijden van vrouwen.
Wanneer men de wetgeving op nationaal niveau bekijkt, ziet men dat het besnijden van vrouwen overal in het Westen afgekeurd en verboden wordt. Ofwel roept men een speciale wet in het leven zoals bijvoorbeeld in België, Zweden, Noorwegen of Groot-Brittannië, ofwel beschouwt men het als een stafbare praktijk volgens al bestaande wetgeving, vaak verwijzend naar termen zoals mishandeling, geweldpleging, het opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen.
In een aantal Afrikaanse landen, bestaat er ook een wetgeving tegen de praktijk, veelal uitgevaardigd naar aanleiding van het ratificeren van internationale overeenkomsten of misschien ook, in bepaalde gevallen, onder druk van het Westen. Dit laatste is natuurlijk moeilijk te bewijzen.
Universalisme en asielbeleid
Men kan zich afvragen of het toekennen van asiel aan vrouwen wegens het gevaar lopen besneden te worden, ook geen vorm is van universalistisch denken. Indien het gebruik beoordeeld zou worden naar de in de desbetreffende cultuur bestaande waarden en normen, kan men immers niet stellen dat een vrouw beschermd zou moeten worden tegen die waarden en normen. Als in een bepaalde cultuur besnijdenis als goed beschouwd wordt, waarom zou de vrouw dan gesteund moeten worden in haar verzet tegen dat wat goed is.
Valt er ook relativisme te bespeuren?
In Groot-Brittannië past men, hoewel men over specifieke wetgeving beschikt, deze niet toe. Men informeert over deze wet maar heeft deze voornamelijk uitgevorderd om een debat te ontketenen in de geïmmigreerde gemeenschappen. Men hoopt dan dat op termijn het gebruik in onbruik zal raken. Natuurlijk zou men hierbij kunnen opmerken dat, aangezien het uiteindelijke doel is dat het besnijden van vrouwen niet meer gebeurt, men niet de norm accepteert maar slechts een andere weg heeft gekozen om de eigen norm te doen accepteren door anderen.
In Frankrijk waar de wet wel toegepast wordt, zou men het een vorm van relativisme kunnen noemen dat de meeste straffen voorwaardelijk werden toegekend. Op die manier erkende men misschien gedeeltelijk dat de beklaagden niet ter kwader trouw hadden gehandeld. Dat ze niet de bedoeling hadden schade toe te brengen. Hier is wel de vraag of dit daadwerkelijk een erkenning was, of dat men op die manier het belang van het kind in het oog hield, een kind dat met de ouders in de gevangenis, misschien slechter af zou zijn. Tevens zijn in Frankrijk ook effectieve straffen uitgesproken.
Vooral in de Verenigde Staten is de laatste jaren een hele discussie op gang gekomen over de zogenaamde ‘cultural defense’. Het handelt over de vraag in hoeverre rekening gehouden moet worden met culturele factoren bij het oordelen over personen afkomstig uit een andere cultuur. Hoewel deze doctrine niet formeel erkend werd en tevens geen gevallen bekend zijn aangaande de besnijdenis bij vrouwen, zijn er een groeiend aantal gevallen bekend waar men, al dan niet succesvol, gepoogd heeft zich te verdedigen door te refereren aan verschillen in cultuur.
De geïnterviewde vrouwen: universalistisch of relativistisch ?
Binnen hun eigen groep denken de vrouwen universalistisch. Zij vinden dat men zich naar de normen van de groep dient te gedragen. Wie niet aan de norm voldoet, wordt vreemd bekeken en zelfs buitengesloten. Ten aanzien van de Westerse maatschappij, zijn zij overwegend relativistisch ingesteld. Ze willen hun normen niet opleggen aan de Westerlingen maar vinden ook dat die niet mogen oordelen over hun normen en waarden.
Mami zegt: “Ik snap niet waarom jullie verbieden wat voor ons zo belangrijk is. Wij verbieden jullie toch ook niets?” en “Als jij in Mali gaat wonen, verplichten wij jou toch ook niet om je te laten besnijden. Er wonen ook blanken in Mali, die sturen wij toch ook niet naar de gevangenis omdat ze weigeren hun dochters te laten besnijden?” Salimata zegt: “Ik begrijp niet goed waarom de toubab er een probleem van maken dat wij onze dochters laten besnijden.” Yaye: “We wonen misschien wel in België maar we blijven Burkina Bé. Wij volgen onze traditie. Onze voorouders deden dit al. Het is belangrijk je tradities te behouden. Dat we hier wonen, betekent niet dat we nu niet meer moeten leven zoals onze voorouders. Kleine dingen kunnen veranderd worden maar belangrijke dingen zoals de besnijdenis moeten blijven. Dat hoort bij onze cultuur.” Binta stelt: “Ik vind dat de toubab ook onze gewoonten en cultuur moeten respecteren.”

